Klik hier voor onze Tapas menukaart!

Maandags & Dinsdags kunt u onbeperkt TAPAS bij ons eten!


Niemand wist waar hij vandaan kwam, maar plotseling was hij er : Balderik van Plettenburg, een woeste ridder met scherp geslepen zwaard. Hij bezette de brug en richtte er een tol in. Geen schip passeerde en geen voerman reed voorbij zonder schatting te betalen. Een ieder was onderworpen aan het schikbewind van de ridder ( boze tongen beweren dat Jan de Brugwachter een direkte nazaat van Balderik van Plettenburg ).

En ook de bewoners van het dorp Maarssen ontliepen zijn toorn niet. Want de ridder was nog zuiniger op zijn geld dan een dominee op zijn dochters. Dus als hij honger had dan nodigde hij zichzelf uit bij de burgers en sommeerde hen het beste voedsel in huis voor hem te bereiden. (Nu nog zeggen de oudere Maarssenaars als ze belasting moeten betalen dat ‘de Ridder’ aan hun deur heeft geklopt.)

In het hele dorp klopte de ridder aan en graaide de grootste brokken uit de pot. Tot hij op een dag stil stond voor een huis waar hij nog nooit geweest was.Zo hoorden Jan Obis en zijn dochter Hilletje plotseling de gevreesde klop van de ridder voor het eerst op hun deur .

Jan Obis was bang, maar Hilletje had zo haar eigen ideeën over deze ongewenste gast. Op afgemeten toon vertelde zij de ridder dat hij zijn zwaard bij de deur achter kon laten.En toen hij zijn voeten behaaglijk op tafel wilde leggen werd hem dat scherp verboden. Maar de ergste verrassing kreeg hij bij het opdienen: op niet mis te verstane wijze werd hem duidelijk gemaakt dat er hier werd gegeten wat de pot schafte. De ridder wist niet wat hem overkwam en omdat hij van de wijs was gebracht door deze kordate vrouw begon hij heel rustig te eten. Even later merkte hij dat hij zat te smullen.

Toen hij afscheid nam liet hij zelfs geld achter, zo goed had het eten hem gesmaakt. De volgende dag kon hij bijna niet wachten tot het etenstijd was. Toen het zover was stormde hij naar het huisje en deed zich tegoed aan het voedsel van de dag. Dat ging zo weken achter elkaar door en op een gegeven moment zat hij meer bij Hilletje achter het fornuis dan op zijn post bij de tol. Van lieverlee werd hij dikker en de mensen in het dorp zagen hem vriendelijker en vrolijker worden Niemand keek er dan ook van op toen de ridder en Hilletje trouwden en van hun huisje een herberg maakten. Van nu af aan kon iedereen lekker en goedkoop eten bij Hilletje en de ridder. Regelmatig kwamen ook Hannijn de Tromper en Gerut de Pijper, speellui uit Utrecht,optreden om de stemming te verhoging.

Nu hij niet meer op de deur klopte werd hij geliefd en al gauw wilde iedereen eten in de nieuwe herberg die al snel ‘DE GEVULDE RIDDER’werd genoemd. En zo had er niemand meer te klagen over de ridder.

Niemand ?

Nou ja, zijn paard, maar dat is een ander verhaal.